Nicolaaskerk Dwingeloo

Overweging

  Grensstenen…….

 De werkzaamheden van de boeren op het land, hebben me de afgelopen tijd getroost.

 De boeren deden hun werk zoals ze dat altijd doen in het voorjaar, ze maken het land klaar, zodat de aardappelen kunnen worden gepoot en het zaad gezaaid.

 Gewoon doen wat gedaan moet worden, dé voorwaarde wil er straks geoogst kunnen worden. Corona of niet!

 Uit de werkzaamheden van de boeren spreekt vertrouwen, geloof in de toekomst, hoop dat er na deze tijd een andere tijd zal komen!

 Bij het bewerken van het land kwamen er grensstenen tevoorschijn. Vanouds de afscheiding tussen het ene perceel en het andere.

 Mooi die grote stenen daar zo op de hoeken van het land, soms zie je dat er twee stukken tot één groot perceel zijn gemaakt, de grenssteen ligt er dan ergens een beetje verloren bij.

 Het aangeven van de grens met een grenssteen was vanouds om duidelijk te maken, welk stuk land van wie was.

 Mensen hebben altijd al grote waarde gehecht aan het respecteren van elkaars grenzen.

 Ook in de bijbel zijn een aantal verwijzingen te vinden naar grensstenen. Je kunt ze vinden in het Oude Testament.

 In het boek Job lezen we over degenen die "grensstenen verzetten, die kudden roven en ze weiden" (H24).

 Er zijn maar liefst 3 vermaningen om de grensafscheidingen niet te verleggen:

 Deuteronomium 27 vers 17: "Vervloekt is een ieder, die de grensstenen van een ander verplaatst",

 Deuteronomium 19 vers 14: "de stenen die al generaties lang andermans grond begrenzen niet verplaatsen" en

 Spreuken 22 vers 28: "Verplaats geen oude grenzen, je voorouders hebben ze vastgesteld".

 En was het veld van Boaz niet duidelijk afgebakend? (Ruth 2:3) De “aloude grensstenen” waren absoluut duidelijk. Hoe anders kon Ruth hebben voldaan aan Boaz ‘advies’: “je moet niet naar een andere akker gaan om aren te rapen” (Ruth 2:8)

 Er zijn verhalen van ver vóór 'grootmoeders tijd', zoals van 'den gloeiige'. Het betreft het oude geloof dat iemand die een 'schaaikaai' (grenssteen tussen twee akkers) verplaatst, de rest van zijn leven veroordeeld was om brandend door de velden te  zwerven. 

 Nee, grensstenen mag en moet je niet verleggen. Je moet afblijven van wat van je naaste is. Zo ook van de gezondheid van je naaste.

 Grenzen, een afgebakende 1,5 meter, stenen des aanstoots, we lopen er in coronatijd tegen aan.

 Ik houd me wel aan die anderhalve meter, maar er zijn altijd mensen die er toch nog even tussen door moeten. Mogelijk denken ze dat de  regels niet voor hen gelden en ach de gezondheid van die ander, daar lijken ze geen boodschap aan te hebben.

 Net zoals er op het land geen grensstenen verlegd mogen worden mogen we de gezondheid van anderen niet in gevaar brengen. Doe je dat wel, dan verleg je een grenssteen en ga je een niet toelaatbare grens over! Gedrag wat je van anderen toch ook niet wilt?

 De boeren hebben er goed aan gedaan gewoon te doen wat gedaan moest worden. Ik ben ze dankbaar. De droogte duurt voort, hoe zal de oogst zijn? Laten we met en voor onze boeren bidden!

 Van harte wens ik ons allemaal een goede gezondheid!

 Ds. Tia. J. Braam

 

Overweging:

Mattheus 25: 31 -46. 

Och, u kent het gedeelte wel, maar toch, als u tijd heeft, pak uw bijbel en lees het nog eens.

Er staat o.a. in vers 37b: “Wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig. U als vreemdeling gezien of naakt. Wanneer zat u in de gevangenis of was u ziek.“

Het antwoord is dan: 40b: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijkste van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”

Wij mensen vragen ons vaak af: wat zullen anderen van mij vinden. Hoe kom ik over? 

Mensen proberen vaak te leven op een manier waarvan ze denken dat anderen dat goedkeuren. 

Wij mensen, willen graag aardig gevonden worden, we willen geaccepteerd zijn we willen graag horen dat we het goed doen.

Mensen vragen zich soms ook af, wat zal God van me vinden? 

Het antwoord dat ze zichzelf dan geven, lijkt vaak als twee druppels water op het oordeel van mensen tegen wie ze opkijken. 

Het vermoeden hoe God hen beoordeeld, heeft te maken met wat hun ouders van hen vonden en vinden, hoe leraren hen waarderen of wat een chef van ze denkt.

Het is niet zo’n handig mechanisme. 

Mensen die bang zijn voor het oordeel van hun chef zullen misschien God ook als een grote veroordelende baas zien. 

Nu dan blijft er niet veel over en hebben ze het gevoel altijd tekort te schieten.

Maar als nu blijkt dat God een andere maat van oordelen heeft?

Wil je het oordeel van God over je weten? 

Lees dan Mattheus 25 eens. 

Daar staat, dat het gaat om wat de arme, de zieke, de vreemdeling en de gevangene van je vindt. 

Dat het gaat om wat zij van jou gekregen hebben, aan zorg, liefde en aandacht.

Blijft de twijfel? 

Vind je, dat je niet genoeg doet? 

Mensen zijn in het algemeen te veel behept met het gevoel zichzelf niet zoveel waard te vinden of schatten niet goed in, hoe waardevol ze zijn.

Verbaast vragen ze zich af, wat doe ik dan voor bijzonders? 

Het antwoord is dan: bijzonder is het goede dat je zomaar gedaan hebt.

Het is de moeite waard jezelf eens af te vragen: heb ik iets gemist, heb ik iets niet gezien of gehoord? 

Hoe groot was mijn betrokkenheid, mijn mededogen?

Het Bijbelgedeelte van deze overweging wil ons opnieuw weer eens aan het denken zetten en misschien herzien we dan ons oordeel over God, anderen en onszelf.

Hopelijk kom je al denkend, verborgen talenten van jezelf op het spoor. Durf je jezelf beter te waarderen.

 

Ds. Tia. J. Braam